Posts

Posts uit november, 2020 tonen
  mier hij stapt parmantig met zijn kleine poten slooft zich uit in ijverigheid alsof gepland werkt hij onverdroten en vult minutieus zijn eigen tijd een tijd die niet bestaat voor mieren hun leven is hun werkzaamheid er is geen tijd om feest te vieren alles draait om nuttigheid geen plan en ook geen strategie voorafgaand aan hun arbeid het is alleen hun groot verstand en hun geloof in eigenheid een mier is nooit alleen op stap zijn slimheid heeft ook hier een functie als deel van heel de vestiging gaat hij voor een echte harmonie en wie heeft ooit gehoord van mierenstrijd van jaloezie van drankzucht of obesitas die woorden uit de mensentijd zijn bij het mierenvolk ongepast ik hou zoveel van mieren van hoe ze werken en hoe ze zijn in kleine maat het is een feest om met theater goed te vieren de kunst voor wie het zien wil ligt op straat  
  herfst rood gekleurd zag ik hem staan kende hem nog nauwelijks meer keek hem bewonderend aan en gaf hem alle eer onderschikkend aan zijn natuur deed hij wat hem te wachten stond de laatste fase van zijn kuur als deel van het verbond pronkend hief hij zijn lofzang aan fonkelend in zijn mooie rode kleed zijn werk was gedaan tevreden wat hij deed  
 mijn nieuwe haan vandaag staat onze kippenren vooraan in het nieuws van deze dag omdat een nieuwe haan mijn kippen leiden mag en al is hij al een beetje oud als manager in kippenland geroemd de kippen vinden hem zo lekker stout dus heb ik hem tot baas benoemd hij voelt zich nu al thuis loopt als koning king parmantig heen en weer pronkend met zijn oude lijf en zie mijn kippen vechten nu al om 
  rijk hij had zich met zijn rede rijk gemaakt aan wat hij dacht dat aanzien gaf dat hij vergat dat hij het was die dacht maar niet meer voelde hij zat daar voor zijn prachtig huis in gouden stoel omringd door zijn bezit trots te laten zien wat hij aan rijkdom had bereid de lof te krijgen die hij verdiende mensen kwamen langs maar keken niet zij zagen niet hoe hij daar pronkte met wat hij dacht dat hij het was die samenviel met zijn bezit teleurgesteld begon hij te huilen hij zag zijn leven los van zin die hij 't had kunnen geven maar helaas zichzelf vergeten was hij gaf zijn rijkdom weg aan wie het nodig had en ging als armlastig verder door het leven en op het laatst toen hij op sterven lag kwamen vele mensen hem bedanken en zachtjes begon hij weer te huilen om wat zijn leven zin gegeven had om wie hij zelf was geweest verlost van zijn bezit
  niemandskind     met angst bedreigd en ook nog machteloos vernederd pijnlijk in zijn hart getroffen een lange slag van jaren duur en dan opeens weer fier en breed en recht de rug kalm en verzekerd ongesproken , uitgepraat zijn vertrek onaangekondigd zijn   wereld   in zijn koffertje voorgoed met opgeheven hoofd zijn weg vervolgend trek hij zijn   eigen plan ziet af met zekerheid van nooit gevoelde   liefde voorgoed geheeld van alle wonden zijn   eigen toekomst tegemoet    
  oud niet weg te blazen en te ontdoen van wilde takken een woord dat weggelopen van zijn eigen ik verdwaald is in een land en onderhand de waarheid heeft getart want oud is niet het einde van wat ooit zo krachtig is gestart    
  wijs hij was vermoeid en afgemat teveel gedacht en niet gelachen en op een dag nam hij het wijs besluit   zijn welverdiende rust te zoeken hij was het denken zat en deed het weg zijn brein in leegte achterlatend een nieuwe wereld trad hij binnen zonder taal en zonder woorden hij kon niet zeggen wat hij zag zijn ruiken wist niet wat het was  herinnering bestond niet meer zijn wereld had geen naam  en geen betekenis voor hem hij wist niet wie hij was hij kon niet weten hij had geen toekomst ook niet een verleden geen sterfelijke dood  en ook geen angst ervoor hij zag de vogels vliegen en wist niet dat het vogels waren de tijd kwam niet meer voor zijn leeftijd was verdwenen en op een dag toen kwam zijn denken terug het keek hem aan en even was hij helder hij zwaaide met zijn hand en schudde met zijn hoofd hij keek en lachte en liet zijn denken verder gaan  
  zwaluw   ik zie een zwaluw boven mij dartelend dansend in de wolkenloze lucht blij en onbekommerd onbewust vermaak en ik wetend van mijn denken in verhevenheid volg   zijn ballet hij lacht mij toe grotesk meewarig ik zie een zwaluw boven mij  
  zeezicht   het bonkt springt op in zilverkleurig waas valt neer blijft even stil en kabbelt langzaam terug bereidt zich voor op weer een sprong in zilverkleurig waas ik zie de eeuwigheid vanmiddag kwart voor vier    
  mijn macht     verlichte tijden op ten strijde voor een ideaal geknecht gebroken maar nu omhoog verheven de macht aan allen begin en einde ik stem kies ja of nee of dit of dat zet in op die of die complex wordt simpel ik ben verlicht ik kies voor mij en jij voor jij zij voor zij en hij voor hij helaas blijft liggen wie voor wij
  eenzaam   een waas van blekend blad de geur van oud geworden lucht onaangenaam en bitter stil bewegingsloze ruimt zijn   wereld is op slot hij lijkt vergrendeld voor alles wat niet binnen kan slechts flarden van rumoer dringen angstaanjagend door vreemdheid gevend aan de ruimte hij zit daar stil en bijna stijf hij is alleen zijn oude   lijf zijn geest is ingeslapen beschermt daarmee zijn denken en schikt zich in zijn eenzaamheid zo vond ik hem de   ramen gingen open zijn geest werd wakker zijn lijf werd weer actief en nu ik vind hem altijd lief
  dichter het zijn geen woorden die hij spreekt met letters in de juiste vorm en welbespraakte fraaie zinnen die al zo lang betekenend zijn hij maakt al scheppend zijn verhalen verrassend nieuw met onbekende tekens die hij als fakkels branden laat en diepe duisternissen opent     zijn woorden   rijzen stokkend op in zelfbedachte vormen en nog geen namen hebben maar pas beschouwd hun tekens krijgen
  de strijd zijn lijf noemde hij het strijdgebied het  een verdroeg  het ander niet die strijd kon hij niet aan hij was nog jong en nog geen meester over wat hij zelf was hij was verward en kon niet kiezen uit angst te worden uitgestoten zijn wens  bleef daarom ingesloten geboeid en onderdanig aan wat hij dacht en er niet was maar dat hem steeds belette te zijn zoals hij was en lief te hebben wie hij wilde met wie hij graag zijn liefde deelde onverbloemd ook in de nacht maar 't was hem niet gegund zijn ware aard bleef onderdrukt veroordeeld door hemzelf in schokkend schuldbesef maar dan na lange tijd gevormd tot zijn echte zelf gebeurde het dat hij het heft  in handen nam en geheel op eigen kracht besliste en dat  hij zichzelf de opdracht gaf bevrijd van knellende gedachten te leven hoe hij wilde lief te hebben naar zijn eigen aard
  afscheid haar donkere ogen spraken taal van blijde zichtbaarheid zij danste op de klanken van haar geliefde song die als een schicht  haar diep geplaatst gevoel bereikte en alles in haar lichaam samenbond en in haar de liefde wakker maakte die zij zo met haar deelde en zij zag de beelden hoe zij haar streelde en hoe zij haar lippen zacht bewoog en hoe de stilte sprak in hun gelukkig samenzijn en hoe ze in haar armen afscheid van haar nam en zachtjes stroomden alle klanken van haar geliefde song de verte in en zij bleef stil en peinzend staan en voor de tijd die kil en strak was doorgegaan hield zij de deur nog even dicht
  het wonder van zijn woorden hij zat daar steeds met pet en een doorleefde kop een glimlach in zijn mooie ogen die zijn rijk verleden droegen monter op de vale groene bank vastgeklonken aan de witte muur die ooit de oude stad van buiten scheidde met hoge poorten die gesloten werden hij was gevierd om zijn verhalen die hij vertelde zonder einde simpel als een ware kunstenaar die de tijd van vroeger levend vulde en op een dag zat ik met anderen aan zijn voeten bij de groene bank geboeid naar hem te luisteren en zag hoe hij zijn woorden sprak en hoe zijn woorden plotseling echte beelden werden de groene bank en ook de muur verdwenen en ik opeens in zijn verleden leefde en als in een zucht ook nog eens mezelf vergat pas in de schemering ging ik weg lopend in een duistere droom   totdat ik bij het rode stoplicht kwam en opeens in grote vreemdheid wakker werd.
  zijn naam zij sprak zijn naam in heldere letters met   warme adem reeg zij die aaneen totdat ineens het woord ontstond dat hij nog nooit zo had gehoord zijn naam klonk niet als wenk en niet   als roep om snelle hulp en ook niet als een woord dat kil en vluchtig wordt gehoord zijn naam klonk als een korte symfonie dat heel zijn lijf beroerde en zijn gevoel   betekenis gaf die   samenviel met wie hij was hij zocht naar woorden om te spreken te zeggen wat hij voelde maar dat niet zegbaar bleek hij was zijn naam in werkelijkheid haar woord was hij geworden waarmee hij was genoemd en sprakeloos zocht hij haar blik ze spraken slechts met ogen
  de zwerver stroomopwaarts in de drukke straat zijn woorden hoorde hij alleen hij sprak ze uit   in zacht geluid en vielen snel   uiteen als letters op een witte steen gescheiden van hun zin en zwijgend ging hij verder en dan stroomafwaarts kwam hij terug vermoeid maar bij de witte steen sprak hij ze toe en reeg ze weer aaneen en sprak ze uit in mooie woorden en met een zacht geluid